In memoriam: Jef Arras (1931-2017)

Vroeg in de tweede helft van de 20ste eeuw kreeg een jonge historicus uit Lier, Jef Arras genaamd, een aanstelling als leraar geschiedenis en esthetica in het toenmalige St.-Jozefscollege in Hasselt. Tot aan de vooravond van de 21ste eeuw hebben letterlijk duizenden puberende jongelui uit Hasselt en omstreken via die Jef Arras kennis gemaakt met de Egyptische farao’s, de Griekse stadsstaten, de Romeinse keizers, allerlei Karels, Lodewijken en Filipsen met hun verwarrende nummers, rare prins-bisschoppen, heldhaftige veldslagen en revoluties die meestal op een andere datum plaats hadden dan je op het examen dacht te weten.

Dan vergeet ik nog de Dorische en Ionische zuilen, gotische kathedralen, sombere kastelen, godvrezende kloosters, bloeiende steden en een stoet beeldhouwers, schilders, musici, dichters en filosofen. Ook die stonden in zijn takenpakket, al dan niet vergezeld van lichtbeelden of krakende fonoplaten.

Een strenge leraar was meneer Arras niet. Hij kon hoogstens uit zijn slof schieten als een van die pubers weer eens de Franse revolutie situeerde in de middeleeuwen of Karel de Grote in de 19de eeuw. Maar dat was dan, denk ik, meer uit wanhoop voor zoveel domheid dan uit colère.

Ruim een halve eeuw geleden was ik één van die pubers, maar veel moeite met de tijdslijnen heb ik nooit gehad. Ik heb er zelfs een levenslange grote interesse voor geschiedenis en kunstgeschiedenis aan overgehouden, dank zij het onverdroten enthousiasme waarmee "den Arras"  ons bleef bestoken. Hij schudde de grote historische verbanden tussen kloosters en paleizen, tussen oorlogen en kastelen, tussen koningen en kunstenaars schijnbaar moeiteloos uit zijn mouw, puttend uit zijn  fenomenale geheugen.

Een jaar of tien nadat ik de collegepoort met enige opluchting definitief was buiten gestapt, sleurde Wim Van Lishout, een andere illustere collegeleraar, mij mee in het avontuur van een nieuw stadsmuseum voor Hasselt.

En daar kwam ik die Jef Arras weer tegen. Hij bleek ook na zijn uren intensief met kunst en geschiedenis bezig te zijn, wat niet van alle leraars geschiedenis kan gezegd worden. Meneer Arras werd gewoon Jef, maar ook nu bleef hij iedereen bestoken met zijn enthousiasme voor alles waarvan hij vond dat het niet kon ontbreken in een stadsmuseum die naam waardig.

We hebben de voorbije 35 jaar véél samen vergaderd over ons museum. Neem van mij aan dat in veel van wat u in dit huis kan zien de hand van Jef zit.

Jef zag het soms veel groter dan onze zeer bescheiden middelen ons toelieten en meer dan eens heeft hij sommige stukken dan maar zelf gekocht.

Met als resultaat dat veel bestuurders telkens lichtjes gegeneerd waren over hun eigen krenterigheid. Ik vermoed trouwens sterk dat de mensen van het Virga Jessecomité soortgelijke ervaringen moeten hebben.

Later bleek dat Jef als kunstverzamelaar absoluut het tegengestelde van een egoïst was. Onder het mom van “het ligt thuis in de weg” kwamen met de regelmaat van een klok allerlei stukken uit zijn eigen collectie toch in ons museum terecht.

Ik heb het niet nagevraagd, maar het aantal inventarisfiches in onze AdLib waar bij vermeld is “schenking Jef Arras” moet intussen indrukwekkend zijn.

Dank zij Jef heeft Het Stadsmus bvb. een zeer respectabele verzameling opgebouwd van kleingrafiek, vooral ex librissen. En het is geen toeval dat daarin de naam Hedwig Pauwels vaak terugkomt.

Toen Jef een paar jaar geleden besloot om zijn Hasseltse residentie te sluiten en terug te keren naar zijn roots tussen de Grote en de Kleine Nete, zwol de stroom schenkingen plots nog aan. Ditmaal was het argument  “ge denkt toch niet dat ik dat allemaal ga verhuizen naar een klein appartement in Lier?”

Hier in Hasselt verdient hij eigenlijk een klein standbeeldje, al zullen we er dit keer helaas niet “schenking Jef Arras” kunnen bijschrijven. En als dat beeldje er niet komt, Jef zullen we ons even goed nog heel lang herinneren als een een fijne uomo universalis en als een stevige pijler onder Het Stadsmus.

Michel Ilsen.

 

 

Fietsen in het spoor van 700 jaar bloedende hostie

De priester van Viversel legde een heel traject te voet af, om de bloedende hostie naar Herkenrode te brengen. Tijdens een fietstocht van 35 kilometer kan je zijn route opnieuw beleven. Infopanelen geven meer uitleg over de gebouwen, muurschilderingen, kunstwerken, processies en mirakelspelen van die gebeurtenis.

Ben je benieuwd waar het Heilig Sacrament van Mirakel zich vandaag bevindt? Volg dan de tweede route van 18 kilometer tot in het centrum van Hasselt. Boeiende erfgoedstukken brengen het verhaal tot leven.

Op  zondag 11 juni kan je tussen 13 en 17 uur deelnemen aan verschillende activiteiten langs de twee fietslussen.

Vanaf midden april is de fietsbrochure “In het spoor van de bloedende hostie” gratis verkrijgbaar bij Het Stadsmus, Abdijsite Herkenrode, de Provinciale Bibliotheek Limburg, de Sint-Quintinuskathedraal en de toeristische diensten van Hasselt, Lummen en Heusden-Zolder. Je kan de route vanaf dan ook op deze pagina downloaden.